Saddie Choua

Saddie Choua(Brussel) maakt deel uit van het ontwikkelingsprogramma van oktober 2019 tot januari 2020. Haar werk is een kritiek op de exotische, racistische en stereotiepe narratieven over migratie en ‘de ander’ die gangbaar zijn in de hedendaagse media.

Saddie Choua
maakt Kunsthal Gent tot de basis voor haar onderzoek naar pijn en trauma als gevolg van racisme: een onderzoek naar haar eigen pijn, maar ook naar de pijn van anderen. Voortbouwend op haar recente project voor Contour 2019 installeert ze in Kunsthal Gent een 'room of her own': een persoonlijke salon, waar ze een reeks vrouwelijke gasten ontvangt om zo tijdens haar werkperiode een 'spirit of sisterhood' teweeg te brengen. De salon maakt ze samen met de Finse kunstenaar Tuija Asta Järvenpää, met wie ze enkele weken in Kunsthal Gent experimenteert met site, ruimte en situaties om nieuwe ontmoetingen te creëren.

In deze ruimte ontleedt Choua haar eigen trauma rond racisme, in een reeks therapeutische sessies met een vrouwelijke psychologe. Opnames van de sessies vormen de basis voor nieuw werk, ontmoetingen en publieke momenten in de salon.

Een van de gasten is de Turkse sociologe Selen Göbelez - naast sociologe ook een doula of zwangerschaps- en geboortebegeleidster - die werkt aan een doctoraatsonderzoek naar pijn, via narratieven van Turkse vrouwen over geboortes. Samen duiken ze in het verhaal van de in 2009 overleden Turkse sociologe Dicle Koğacıoğlu, die onderzoek deed naar eremoorden in Istanbul en zelfmoord pleegde omdat ze de pijn die ze zag niet meer kon verdragen. Saddie Choua betrekt ook vrouwen uit de Gentse Turkse gemeenschap, met de bedoeling om eerwraak te verbinden met feminicide (moord op vrouwen om wille van hun vrouw-zijn) en bespreekbaar te maken.

Door haar persoonlijke leven in te brengen in haar onderzoek naar pijn als gevolg van racisme, oefent Choua met methoden die het discours over ‘de ander’ kunnen veranderen. Tegelijkertijd is dit project een onderzoek naar HOE je eigenlijk werk kunt maken over de pijn van anderen - want wie maakt uiteindelijk wat over wie?

Over het werk van Saddie Choua

Am I the only one who is like me? is een vraag die kenmerkend is voor het leven en werk van Saddie Choua. Ze problematiseert de positie van de eenzame ik die nooit is losgekoppeld van de ander. Waar zit die ander in de hiërarchie van macht? Waar wordt haar onderdrukking en uitbuiting verzwegen of weggeëxotiseerd? Saddie Choua vraagt ons na te denken over hoe we beelden en dialogen over de ander consumeren en hoe deze ons zelfbeeld en historisch bewustzijn beïnvloeden. Hoe kunnen wij ingrijpen op de beelden die onze geschiedenis schrijven en sociale strijd verzwijgen? Moeten we eerst het geheugen weerleggen om een ander verhaal te vertellen? Of is het weghalen of hercombineren van bepaalde associaties en referenties al voldoende om een andere geschiedenis en zelfbeeld te creëren? Het werk van Saddie Choua kan dan ook gelezen worden als een gefragmenteerd zelf-reflectief visueel essay dat de relatie tussen maker en beeld bevraagt. Hoe blinde vlekken, die net uitnodigen om te vergeten, zichtbaar maken? "Hoe vanuit een subalterne positie anders spreken en verbeelden, of is het net het concept van ‘de ander’ dat mij opsluit in dominante beelden en narratieven?" Saddie Choua doctoreert in de kunsten aan het RITCS in Brussel en werd onlangs genomineerd voor de Belgian Art Prize 2020.

Publieke momenten
> Vrijdag 29 november 2019, 20:00 uur:
Saddie Choua: artist talk + film screening
i.s.m. Tuija Asta Järvenpää, WMNS Parliament, Saffina Rana, Yma Sumac, Googoosh & Lina Bo Bardi & film screening: 'Je crois qu’il y a une confusion chez vous. Vous croyez que moi je veux vous imiter. #FatimaMernissi' (2017)

> Vrijdag 13 december 2019, 20:00 uur:
Videowerk Saddie Choua, onderdeel van de presentatie van The Third Landscape door croxhapox in Kunsthal Gent.

> Januari 2020
(precieze datum volgt): workshop met de Turkse sociologe Selen Göbelez rond het onderzoek naar eerwraak en de zelfmoord van de Turkse sociologe Dicle Koğacıoğlu. Film screening: Dicle van Seren Gel.

Beeld: Jean-Pierre Stoop